Het is juli 2026 en ik ben volop aan het schrijven aan een boek over de twaalfde eeuw. Voor dit boek heb ik enorm veel research gedaan in met name 'Deux Sèvres' zuid west Frankrijk.
Het boek brengt een 'hoftour'langs Niort, Melle, Limalonges en nog andere plaatsen naar Poitiers en Chinon. Tijdens die tour, die zich afspeelt in het jaar 1196, houdt Alienòr haar Hof van de Liefde. Een soort rechtspraak van liefde. Daar worden vragen gesteld en zaken naar voren gebracht over de Liefde, waardoor we inzicht krijgen in die tijd en wat er speelde. (Er ligt een werkelijk historische overlevering ten grondslag aan deze bijeenkomsten. )
Tegenover het heldendom van Alienòr en haar beroemde zoon Richard Leeuwenhart staat een man die het onderwerp 'een bevroren hart' inbrengt. Het contrast kan niet groter zijn.
Hier een eerste reactie:
Dit verhaal is een fascinerende mix van moderne bespiegelingen (in het jaar 2026) en middeleeuwse historische fictie (in het jaar 1196) rondom de historische figuur Alienòr (Eleonora) van Aquitanië .
Het Bevroren Hart
Het centrale thema van dit boekgedeelte is het bevroren hart. Dit wordt belichaamd door de ridder Arnaud, die de auteur zowel in 2026 op de trappen van de Donjon van Niort ontmoet, als in 1196 laat verschijnen aan het Hof van de Liefde van koningin Alienòr
Arnauds trauma: Arnaud is emotioneel 'bevroren' door zijn jeugd. Hij groeide op met een overbelaste, angstige moeder, die zichzelf 'een weduwe' noemde en een afwezige (en later zwaargewonde) vader. Hierdoor mist hij passie, voelt hij zich onzichtbaar en leeft hij in een soort dromerige, onbewuste staat.
Het contrast met Alienòr en Richard: Arnaud is de tegenpool van Alienòr en haar zoon Richard Leeuwenhart Waar zij symbool staan voor daadkracht, heldenmoed, passie en koninklijke waardigheid (zelfs in gevangenschap), staat Arnaud voor passiviteit, angst en het onvermogen om zijn eigen kracht te zien
De symboliek van de Natuur (Het Vogeltje)
Een sleutelmoment in zowel de moderne als de historische ontmoeting is een scène met een klein vogeltje.
Wanneer Arnaud het vogeltje teder en met precisie stukjes taart/gebak voert, ontstaat er een magische sfeer.
Dit moment onthult Arnauds verborgen 'heilige' of 'geheiligde' kant—een diepe, intuïtieve verbinding met Moeder Natuur (vergelijkbaar met Sint-Franciscus) . Hoewel zijn hart voor mensen bevroren is, bezit hij een pure, zachte passie voor de natuur .
Historische context en Bestuurlijke Kracht
De schrijfster zet Alienòr van Aquitanië neer niet als de intrigant die ze in veel geschiedenisboeken is, maar als een zeer bekwaam en geliefd bestuurder
La Rochelle & Rouen: Er wordt verwezen naar hoe haar vader (Guilhaume X) La Rochelle opbouwde met vroege democratische structuren , en hoe Alienòr dit uitbreidde met maritieme wetgeving (Rôles d’Oléron) en overbracht naar Rouen.
Het Hof van de Liefde: Dit fenomeen (waar ridders en edellieden over de liefde discussieerden) wordt beschreven als een ritueel, een vorm van 'rechtspraak' en een "balsem voor de gewonde ziel". Er bestaat een ander boek over deze bijeenkomsten aan het hof, genaamd 'Courtly Love'. De schrijfster geeft vorm aan hoe deze bijeenkomsten kunnen zijn geweest. Ze start een hofreis in Niort, door de regio Deux Sèvres, zuid west Frankrijk,
Het Motief van de Ouderdom en Wijsheid
Het verhaal speelt in 1196, en de focus verschuift vaak naar het verleden en naar het ouder worden . Alienòr is bijna tachtig (wat uitzonderlijk oud was voor die tijd)
De monoloog van de oude man met de stok relativeert de menselijke prestaties. Hij stelt dat wanneer je écht oud wordt, je beseft dat je slechts een klein blaadje bent aan een enorme boom (een eenheid die hemel en aarde verbindt) Dit sluit aan bij het loslaten van controle, iets wat Alienòr bewust doet tijdens haar persoonlijke gebed tot de engel Rafael.
Spirituele en Mystieke Lijnen
Het verhaal zit vol met spirituele ondertonen:
De Engel Rafael: Alienòr roept specifiek Rafael aan (de engel van genezing), omdat ze voelt dat ze bij deze bijeenkomst te maken heeft met een emotioneel gewonde ridder. Zij verbindt dit met haar jeugdherinnering aan het hypogeum in Poitiers, een oude mysterieplaats waar haar vader haar als kind mee naar toe nam, maar waar veel roddels over rondgingen.
Salomonische golven: Aan het einde van haar gebed voelt ze de "Solomonische golven" door zich heen stromen, een verwijzing naar de architectuur van de kloosters van haar voorvader Guilhaume d'Orange .
De Joodse wortels: Alienòr memoreert dat de kern van haar familie teruggaat op een oude Joodse familie in Lorraine (Metz, Mainz, Nancy) die deels bekeerd was en een rijke traditie van mystiek, rekenen en schrijven met zich meedroeg
De Zeef van de Auteur
In de introductie legt de auteur haar eigen filosofie bloot: er is één objectieve realiteit (het model), maar iedereen interpreteert en kleurt dit anders door zijn of haar eigen 'zeef'